V1-bommen

in West-Vlaanderen

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Markhove

Op 28 februari 2006 trokken we naar Markhove voor een gesprek met Jozef Devloo en Anna Sap. Jozef heeft in augustus 1944 de vrachtwagens met krijgsgevangenen naar de in aanbouw zijnde V1-basissen zien vertrekken en thuiskomen. Hij heeft ze eten toegeworpen en nu woont hij in het huis waar toen de Duitse bewakers zaten.  Het eigenlijke concentratiekamp in het schooltje is verdwenen. Het is uit dat kamp dat er op 1 september een 40-tal gevangenen wist te ontsnappen, maar er ook enkelen gedood werden.

 

http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/Concentratiekampen/markhove1.jpg   http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/Concentratiekampen/markhove2.jpg
 Gebouw van het concentratiekamp en huis Duitse bewakers, vroeger     Huis Duitse bewakers, nu

 

Enkele getuigenissen:
 

Jozef Devloo (°1924) kocht het huis waar de SS-bewakers zaten na de oorlog.

“ Het schooltje van de zusters van St.-Vincentius was een gemengde lagere school met acht leerjaren.  Het was in 1895 opgericht en in 1989 sloot het de deuren.  Een paar jaar later zijn de klassen gesloopt en is het bouwbedrijf Wybo er in de plaats gekomen. Het huis waar we nu wonen, hebben we gekocht in 1948.  Hier logeerden de SS-bewakers.  Er was ook een kamer waar een schoenmaker en een kleermaker moesten werken. Een mansardekamer was als cel ingericht.  In de jaren 1960 hebben we hier nog een vuurwapen gevonden onder een planken vloer. 

Kortemark werd bevrijd door de Polen, maar een paar dagen voordien was iedereen hier al vertrokken.  Na de oorlog zijn nog Hollanders en een Fransman die hier gevangen zaten op bezoek gekomen.  Naar verluidt was er in dit schooltje tijdens de Eerste Wereldoorlog ook al een Duits hospitaal (Lazaret).”

 

Jozef Knockaert (°1923) woont een eindje verderop richting Ichtegem in de Belgiekstraat nr. 2.  Hij is gehuwd met Julia Daene.  De zaterdag voor de grote onstnapping van 1 september 1944 had hij nog vers roggestro geleverd om de strozakken te verversen.

“Jan Woitas, een ontsnapte Pool, die na de oorlog in Kortemark zou blijven wonen, was ondergedoken op de hoeve Daene in het hooi.  Op die hoeve zat ook een Duitse deserteur verstopt. De SS’ers kwamen ’s avonds langs op zoek naar de ontsnapte gevangenen en ze doorprikten de hooistapel met hun bajonetten.  Maar ze vonden Woitas niet.  Die bleef nog drie dagen in het hooi verstopt.  Nadien bleef hij nog een paar jaar op de hoeve werken voor hij handelaar werd.”

 

Walter Oprysk (° Lemberg, nu Lvov in Oekraïne) was één van de ontsnapten van 1 september 1944, die zich na de oorlog een tijd lang in Handzame vestigde als schoenmaker.

“Men heeft de kampen van Buchenwald, Sachsenhausen, Breendonk e.a. een beruchte naam bezorgd, doch het kamp van Markhove alhoewel weinig bekend, moest in wreedheid voor de andere in niets onderdoen.  Voor velen is Markhove een even groot schrikbeeld geworden als voor anderen: Breendonk of Buchenwald.” (uit de “Torhoutse Bode” 9 dec. 23 dec. 1960. Met dank aan dhr Marcel Werbrouck.)

 

Jan Woitas geeft een minder somber beeld van het concentratiekamp Markhove.  Dit heeft niet alleen te maken met het feit dat het Rode Kruis hier voor het eerst toegang kreeg tot het kamp van de Eerste SS-Bouwbrigade, maar ook en vooral door de reactie van de plaatselijke bevolking.

“We worden er op de avond van 29 juli 1944 in een school op het gehucht Markhove, ondergebracht.  Dagelijks worden we, van daaruit naar de omliggende gemeenten gevoerd, om in kleine bosjes startbanen voor V1’s te bouwen.  Niettegenstaande de SS de bevolking van Kortemark en omliggende door aanplakbiljetten er voor gewaarschuwd heeft, geen contact met ons t e zoeken, noch door gesprekken, noch door het toewerpen van eetwaren, hebben we de sympathie dadelijk aangevoeld.  Tevergeefs laat de SS ons doorgaan voor bandieten, booswichten en staatsvijanden.  Iedere dag worden rookgerief en levensmiddelen op de wagens geworpen, en op alle banen ontmoeten we warme genegenheid vanwege de bevolking, die ons daardoor nieuwe kracht en levensmoed geeft.  Ikzelf, die langzamerhand alle hoop op ontvluchting heb opgegeven, voel in mij de gedachte aan een ontsnapping sterker worden.  Plosteling komt, in de namiddag van 31 augustus 1944 als een bliksemslag het nieuws, dat alles moet klaar gemaakt worden voor de reis naar Duitsland.  Dit vertrek is voor de volgende morgen 1 september om 8 uur vastgesteld. Onder ons heerst een drukkende opgewonden stemming.  Na al het doorstane onmenselijke leed, weten we maar al te duidelijk wat dat betekent.  Naar Duitsland terug, naar het stamlager Buchenwald!  De laatste nacht van het vertrek slaapt geen enkele van de gevangenen. Dadelijk nadat we om 5 uur gewekt worden, om ons voor het vertrek klaar te maken, komen twee Poolse kameraden naar me toe , om over een ontvluchtingspoging te spreken.  Ik stem dadelijk in.  Het waagspel zal beginnen! Het aantal van hen die willen vluchten, is reeds tot 35 à 40 gestegen.  Op alles voorbereid, spreek ik tot hen deze laatste woorden: “Kameraden, hier bestaat nog slechts een laatste poging, op leven of dood.  We hebben niets meer te verliezen, slagen we erin te ontvluchten, dan zijn we op Belgische bodem en dan weten we dat een lichte aarde ons bedekken zal.

Enkele minuten lang volgen we, in het donker tegen de muren van de schoolplaats aangeleund, de gang van de SS-posten.  Minuten van hoogste spanning.  Opeens geef ik het teken tot de vlucht.  Met een hoerageroep storm ik, aan het hoofd van mijn kameraden, de eerste SS-wacht voorbij, de vrijheid tegemoet.  We lopen in alle richtingen uiteen.  Pas als ik al 15 à 20 meter van de school verwijderd ben, begint de SS te schieten; 2, 3 tot 4 machinepistolen nemen ons onder vuur.  Het noodlot wil dat twee dicht achter mij aanlopende kameraden, onder wie een Tsjechisch fabrikant, die reeds 11 jaar lang gevangen was, neer gekogeld worden.  Die vlucht kost het leven aan drie kameraden.  Enige anderen worden licht gewond en kunnen gelukkig verder lopen.  Ik hou me verborgen in en boerenstal, ongeveer 100 meter van de school verwijderd.  En opnieuw word ik door een onbegrijpelijk geluk geholpen.  De SS, versterkt met Wehrmachtsoldaten, heeft de hele dag door, alle omliggende hoeven doorzocht, maar mij hebben ze niet gevonden.  ’s Avonds wordt me onderdak verleend in een nabijgelegen hoeve waar ik te midden de grootste vreugde, met de hele bevolking, de volledige bevrijding beleefd heb, die Canadese en Poolse troepen ons gebracht hebben.” 

(Uit : Jan Woitas en dokter G. Krijger, Duitschlands folterkampen! Oranienburg-Sachsenhausen, Amersfoort, Duisburg en eiland Alderney, Uitg. W.K., s.l., 1944, pp. 41-42. Met dank aan Mevr. Annemie Claeys.)

 

Noot: Volgens Georges Zvoborski, waren er 54 mensen die konden ontsnappen.  Er waren twee wachten.  Die met een machinepistool was een Pool, die de gevangenen konden overtuigen om niet op hen te mikken.  Hij schoot dan ook in de lucht.  De slachtoffers zijn gevallen door de geweerkogels van de wachter aan het tweede poortje, het dichtst bij het huis of door die van SS’ers die uit de woning kwamen toegesneld.