V1-bommen

in West-Vlaanderen

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Reninge (Boshoek)

 

 http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/reninge/Reninge.TIF

 http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/reninge/Reninge%20gw.JPG

© kaart: SVB  

 Â© foto: Giswest


De bruine vierhoek onderaan de kaart (rood kader op de foto) toont ons de boerderij waar Remi Mooren vroeger woonde. De zwarte lijn is de plaats van de helling. De grijze lijn is een weg die door de Duitsers is aangelegd: het eerste deel in grof, blauw grind, het deel in het bos was gebetonneerd.  Het bruine rechthoekje was een betonnen platform, zo'n 8 meter bij 2,5. Daar zouden de V1's gemonteerd worden. Er was nog een groter platform bij de waterputten: de richtplaat.  Op de plaats van de blauwe cirkel waren er twee waterputten, die echter niet gebruikt werden door de Duitsers.  


Situering

Aan de zuidkant van de Nieuwstraat tussen de Molenstraat en de Woestenstraat lag er tijdens de Tweede Wereldoorlog een bos van zo'n 7 à 8 ha groot. In de bocht bij het huis met nr 3 lag er een pad dat door het bos naar de basis liep.


Sporen

Het bos is nu weg en eind de jaren '40 werden de betonblokken uit de grond gehaald. Nu is het akker-en weideland. De grind/betonweg is ook verdwenen.

http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/reninge/foto1.JPG
 
Hier staan we waar de V1-lanceerhelling begon.
Remi Mooren woonde op de boerderij in de verte.

http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/reninge/foto2.JPG
 
Hier staan we opnieuw waar de lanceerhelling begon, maar kijken we richting Londen.
De twee zwarte lijnen bakenen helling af.

http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/reninge/foto3.JPG
 
Hier staan we in de Nieuwstraat. De twee lijnen geven aan waar de grindweg liep.
In de verte zien we de boerderij van Remi Mooren. In de cirkel met de bomen liggen
de waterputten. Aan de linkerkant van dit stuk akkerland is er een sloot.


Getuigen en bronnen


Adrien Mahieu

Adrien Mahieu (°06/01/1912), Boshoek 1, Lo-Reninge. Adrien herinnert zich nog dat Russische krijgsgevangenen aan- en afgevoerd werden met een bus, voorzien van een mitrailleur. Twee "Russen" konden ontsnappen toen ze water gingen halen in de Kemmelbeek. Ze overvielen de twee Duitse begeleiders en wierpen hun geweren in het water. Eén van de ontsnapten hield zich een tijdlang schuil in een holle knotwilg en hij werd later geholpen door Paul Benoot van Noordschote. Als het paste, stopte Adrien in de zak met hooi die aan het paard zijn kop was vastgeboden, ook brood voor de krijgsgevangenen.


Remi Mooren

Remi Mooren, geboren (°1927) en getogen te Reninge, wist ons iets meer te vertellen over de V1-basis in het bosje achter zijn boerderij.

 http://users.telenet.be/rebel_spem/V1/foto's/reninge/Remi.JPG
Remi Mooren op de plaats waar de V1-plaat lag.

Om de basis voor de lanceerhelling te maken was er veel mankracht nodig. Zo kwamen er elke morgen bussen naar Reninge met vele tientallen gevangenen die 's avonds terug werden opgehaald. De arbeiders hadden verschillende nationaliteiten maar de meeste waren "Russische" gevangenen. Wanneer ze 's avonds niet rap genoeg op de bus stapten, werden ze geslagen met een matrak.

De gevangenen hadden blauw-wit gestreepte kleren aan, precies pyjama's. Sommigen droegen schoenen van een dikke stof, konijnenvel volgens Remi Mooren. Anderen liepen blootsvoets. De gevangenen kregen weinig te eten. Van de grote honger aten de arbeiders alles wat ze maar konden vinden. Achtergebleven graantjes van de stoppelvelden en rauwe aardappelen uit het veld van Remi's vader. Die aten ze met pel en al op. Na een tijdje had zijn vader dit door en hij kookte aardappelen en gaf ze aan de uitgehongerde gevangenen. Andere landbouwers uit de omgeving deden hetzelfde. Sommige boeren gaven brood aan de gevangenen. Dit alles mocht natuurlijk niet gezien worden door de Duitsers, hoewel sommige bewakers het toelieten.

De gevangenen hadden eigenlijk maar schrik van één man, namelijk de leider van de Duitsers, een Feldwebel (sergeant). Dat was een grote Oostenrijker die voor 100% achter de ideeën van Hitler stond en radicaal tegen de Russen was. Dit kwam de arbeiders natuurlijk niet goed uit. Ze werden behandeld als dieren en ze waren in zijn ogen niets waard. Hij keek dan ook niet om als er een gevangene stierf door een ongeluk. Hij plaatste onmiddellijk iemand anders in de plaats.

Toch slaagden gevangenen er soms in om te ontsnappen. Maar er was wel altijd iemand die ze had zien weglopen, en meestal was dit dan een andere arbeider die dit meldde om zo zelf op een beter blaadje te staan. Om de voortvluchtige terug te vinden, vroegen de Duitsers de plaatselijke bevolking of ze iemand gezien hadden.

De bouwwerken aan de V1-basissen werden georganiseerd door de organisatie Todt. Om beton te maken was er veel water nodig en zo verplichtten de Duitsers de plaatselijke landbouwers om met hun beertonnen (van 300 à  500l) water aan te voeren. Ze moesten dan met hun paard en beerton tot aan het bos rijden en daar werd het paard overgenomen door de Duitsers want er mocht uiteraard niemand in het bos. Toch is er één keer een jongen van 9 à 10 jaar uit nieuwsgierigheid het bos in gelopen, maar hij wist niets concreets te vertellen.

Het  beton werd gemaakt met een molen. Om de wegen te gieten hadden ze bakwagentjes, maar voor de blokken van de lanceerhelling moest het beton gedragen worden in bakken: ruw gemaakt met aan beide zijden een stok die 60 à 70 cm uitstak.  Om hun armen wat te verlichten, werden die rond hun nek verbonden met een draad die diende als juk.

Wanneer Engelse vliegtuigen overvlogen, moest iedereen in het bos onderduiken. De betonconstructies werden bedekt met takken en bladeren. Het geluid dat de Engelse vliegtuigen maakten was zo hevig dat men, soms wel een uur, niets meer kon zeggen tegen elkaar. Het bos werd nooit beschoten of gebombardeerd door de Engelsen.

Na een maand (van begin augustus tot september) werden de werken in Reninge stopgezet. Normaal zou het nog een maand geduurd hebben vooraleer de basis operationeel was. Meteen nadat de Duitsers vertrokken waren, ging de plaatselijke bevolking een kijkje nemen. Al wat enige waarde had, werd meegenomen.

Het bos werd drie jaar later gerooid en dient nu als akker- en weiland. De betonblokken werden uit de grond gehaald met een tractor. Ze werden naar de straat gesleept, waar ze in stukken werden geslagen om er landbouwwegen mee te verharden.

De Duitsers noemde deze basis "Pypegaele". Half augustus was het werk voor 10% af.